Categorie: Niet gecategoriseerd

  • De Lichtenberg

    • Realiteitsorientatie trainingsbord
    • Electrische fietsen
  • Nijenstede

    Op de eerste verdieping in Nijenstede staat een panoramafiets. Een fiets gekoppeld aan een scherm waarop je, en daar moet je wel voor fietsen, de binnenstad van Amsterdam kunt zien, maar ook van Parijs, Tokio, Londen of Sydney. En laat de laatste stad nou net de favoriet van Henk zijn!

    Hij heeft geen enkele moeite als er meegekeken wordt. Integendeel, hij vindt het hartstikke gezellig.” Hoe oud ben jij? Ik ben 91.”

    Hij vindt dat de fiets allerlei voordelen heeft: Hij doet alsof je buiten zit, je hebt geen moeite met verkeer, je hoeft niet te parkeren en je krijgt overal voorrang. En er gebeuren nooit ongelukken: “Kijk, nou maken wij een botsing zou je zeggen, maar dat gebeurt niet. Het is mooi dat we overal voorrang krijgen.” In de verte doemt in de haven een cruiseschip op.

    Bekend bij Henk” je wordt er bediend als een jonker”.

    Plotseling gaat er even wat fout op het scherm en zitten we bij Goes in “Zwaakse Weel in bloei”. Daar willen we helemaal niet zitten. Gauw terug naar Sydney.

    “Kijk eens hoe schoon de straten zijn.”

    Henk zit vaak op de fiets en is in Sydney steeds op zoek naar een toren van 800 meter. Die kan je in Nederland niet vinden, dan moeten er vaste rotsen in de fundering zijn. “ In Nederland is het allemaal dik water waarop je bouwt.” Ik vraag of hij een technisch beroep had. Hij was aannemer.

    Vlak voordat hij stopt met fietsen is er wel een dingetje. Halverwege de rit heeft hij het ook al gezegd: “Hoe kom ik nou in Nijenstede?” Het is een dringende vraag.

    Wanneer hij gestopt is, vraag ik of hij achterom wil kijken. Daar is de deur van de lift die brengt ons naar de eetkamer op de tweede verdieping. Aanschuiven maar, de lunch staat klaar.

    We nemen afscheid als reisgezellen.

    Zes geadopteerde schapen

    Met financiële hulp van de Stichting vrienden LNE adopteren wij al sinds jaren elk jaar zes schapen van de kinderboerderij “de Vosheuvel”. Zij grazen in de wei voor Nijenstede. Als je aan de voorkant naar buiten kijkt, kan je ze zien. “Onze schapen”.

    Als tegenprestatie komen de vrijwilligers van de boerderij tien keer per jaar naar Nijenstede om onze bewoners te laten snoezelen met konijnen, cavia’s en kippen. Jawel, ook kippen kunnen snoezelen, heel even.

    De vrijwilligers gaan elke huiskamer langs, waar het dan meteen een beestenbende wordt.
    Er wordt een laken over de tafel gelegd en daarop worden de dieren neergezet. De kamergenoten zitten rond de tafel. Met voer, lieve woordjes en geaai worden de diertjes gelokt. En zo belanden twee kippetjes op een hand en arm, een cavia op schoot, een konijn op een schouder en een andere cavia onder een ander konijn op tafel.

    Er is de verstilling van warme handen om een klein caviakopje, of een oud loom konijn tegen een lichaam aan hangend. Er is de herinnering aan “toen we zelf kippen hadden”.
    Er is ook heel veel getrippel en gedoe. Het duurt allemaal niet heel lang, maar er was even van alles te zien, te horen, te ruiken, te voelen, kortom: te beleven.

    Het is fantastisch om te zien wat voor reacties en verhalen dit losmaakt.

    Daarna trekken de dieren weer verder.

  • St Elisabeth

    Diva dichtbij

    Levensechte poppen

    In het Sint Elisabeth ben ik sinds twee jaar vrijwilliger.

    In het begin verbleven er op verschillende woongroepen een aantal dames die erg gehecht waren aan hun knuffelkat of knuffelhond. De beestjes zaten bij hen op schoot, er werd mee geknuffeld en tegen ze gepraat. Zij werden “gezocht” en soms liefdevol gecorrigeerd.
    Na een periode van “het spel meespelen” en observatie vroeg ik mij af wat er zou gebeuren als ik met mijn eigen reborn poppen ( levensechte babypoppen) bij deze dames op bezoek zou gaan.
    Dit riep ook wel een gevoel van twijfel op, of ik daar goed aan zou doen. Is het verantwoord? Wat vinden familie en contactpersonen hiervan? Wat maakt het los bij de bewoners? Voelt het als “ mensen voor de gek houden”?

    Mijn idee heb ik voorgelegd aan de vrijwilligerscoördinator en na een aantal gesprekken was “Gewoon doen” de conclusie. Ik besloot om heel voorzichtig te werk te gaan.

    Met de pop op de arm, in een dekentje, ga ik in een woongroep bij de bewoners zitten. Zwijgend, in afwachting van wat er zal gebeuren. Bij degene die positief reageert, schuif ik iets dichterbij om uiteindelijk te vragen of de bewoner de pop even vast wil houden. Voel ik aversie, of wordt het hoofd afgewend, dan dring ik niet verder aan, of ga ik ergens anders zitten. Over het algemeen pakt het bij de meeste bewoners goed uit. Nooit zeg ik dat het om een baby gaat, maar om een pop, popje of poppenkind.

    Maar de “ooohhhs” en “aaahhhs” zijn niet van de lucht, de pop wekt vertedering op en liefdevolle blikken en ik krijg adviezen over de verzorging en opvoeding.

    Er zijn ook bewoners die twijfelen en vragen of het wel echt is. ”Het is een pop hoor, dat heeft u goed gezien”, is dan mijn reactie.”

    Het initiatief van de vrijwilligster heeft geleid tot goedkeuring voor het aanschaffen van 7 reborn poppen.

    Wil je weten hoe het verhaal verder gaat?