Diva dichtbij
Levensechte poppen
In het Sint Elisabeth ben ik sinds twee jaar vrijwilliger.
In het begin verbleven er op verschillende woongroepen een aantal dames die erg gehecht waren aan hun knuffelkat of knuffelhond. De beestjes zaten bij hen op schoot, er werd mee geknuffeld en tegen ze gepraat. Zij werden “gezocht” en soms liefdevol gecorrigeerd.
Na een periode van “het spel meespelen” en observatie vroeg ik mij af wat er zou gebeuren als ik met mijn eigen reborn poppen ( levensechte babypoppen) bij deze dames op bezoek zou gaan.
Dit riep ook wel een gevoel van twijfel op, of ik daar goed aan zou doen. Is het verantwoord? Wat vinden familie en contactpersonen hiervan? Wat maakt het los bij de bewoners? Voelt het als “ mensen voor de gek houden”?
Mijn idee heb ik voorgelegd aan de vrijwilligerscoördinator en na een aantal gesprekken was “Gewoon doen” de conclusie. Ik besloot om heel voorzichtig te werk te gaan.
Met de pop op de arm, in een dekentje, ga ik in een woongroep bij de bewoners zitten. Zwijgend, in afwachting van wat er zal gebeuren. Bij degene die positief reageert, schuif ik iets dichterbij om uiteindelijk te vragen of de bewoner de pop even vast wil houden. Voel ik aversie, of wordt het hoofd afgewend, dan dring ik niet verder aan, of ga ik ergens anders zitten. Over het algemeen pakt het bij de meeste bewoners goed uit. Nooit zeg ik dat het om een baby gaat, maar om een pop, popje of poppenkind.
Maar de “ooohhhs” en “aaahhhs” zijn niet van de lucht, de pop wekt vertedering op en liefdevolle blikken en ik krijg adviezen over de verzorging en opvoeding.
Er zijn ook bewoners die twijfelen en vragen of het wel echt is. ”Het is een pop hoor, dat heeft u goed gezien”, is dan mijn reactie.”
Het initiatief van de vrijwilligster heeft geleid tot goedkeuring voor het aanschaffen van 7 reborn poppen.
Wil je weten hoe het verhaal verder gaat?
