De Lichtenberg

Samen op pad met Fietsmaatjes

Stelt u zich eens voor: de wind in uw haren, de zon op uw gezicht en vertrouwde straten die langzaam aan u voorbijtrekken. Dankzij een gulle bijdrage van de Vrienden van LNE is dit nu werkelijkheid geworden voor bewoners van De Lichtenberg. Met trots hebben we een elektrische duofiets kunnen aanschaffen voor het project Fietsmaatjes Amersfoort in het Bergkwartier.

Fietsmaatjes draait om méér dan fietsen alleen. Het gaat om beweging, sociaal contact en het plezier van samen buiten zijn. Of het nu een tochtje door het bos is, een bezoek aan de stad of gewoon een rondje met een koffiestop – alles is mogelijk. En dat allemaal op een veilige, comfortabele duofiets, samen met een fietsmaatje.

Een van de eerste ritjes was meteen bijzonder: een zoon die zijn vader – een fervent fietser – weer mee kon nemen op pad. “Mijn vader vond het super! We hebben 1,5 uur gefietst. Als het nog een keer kan, houden we ons aanbevolen,” vertelde hij enthousiast. En ja, dat kan zeker!

Het ROT-Bord

Mevrouw Jansen vraagt het bijna elke ochtend: “Welke dag is het vandaag?” Voor haar is het lastig om grip te houden op tijd. De dagen lopen in elkaar over en dat geeft soms onrust.

Fotograaf: Chris van Beek

Sinds kort hebben we iets nieuws op de woning: het Realiteits- en Oriëntatie Training Bord (ROT). Iedere ochtend nemen medewerkers even de tijd om het bord bij te werken. Ze zetten de juiste dag, maand en het seizoen erop, en ook bijzondere momenten zoals feestdagen of activiteiten. Alles is duidelijk en overzichtelijk.

Het effect? Mevrouw Jansen loopt nu regelmatig naar het bord, kijkt even en zegt opgelucht: “Ah, maandag… en straks koffie met koekjes.” Het bord geeft haar rust en helpt om in het hier en nu te blijven. Het nodigt ook uit tot gesprek: “Kijk, het is herfst!” of “Oh, de muziek komt eraan.”


Nijenstede

Het fietslabyrinth

Op de eerste verdieping in Nijenstede staat een panoramafiets. Een fiets gekoppeld aan een scherm waarop je, en daar moet je wel voor fietsen, de binnenstad van Amsterdam kunt zien, maar ook van Parijs, Tokio, Londen of Sydney. En laat de laatste stad nou net de favoriet van Henk zijn!

Hij heeft geen enkele moeite als er meegekeken wordt. Integendeel, hij vindt het hartstikke gezellig.” Hoe oud ben jij? Ik ben 91.”

Fotograaf: Chris van Beek

Hij vindt dat de fiets allerlei voordelen heeft: Hij doet alsof je buiten zit, je hebt geen moeite met verkeer, je hoeft niet te parkeren en je krijgt overal voorrang. En er gebeuren nooit ongelukken: “Kijk, nou maken wij een botsing zou je zeggen, maar dat gebeurt niet. Het is mooi dat we overal voorrang krijgen.” In de verte doemt in de haven een cruiseschip op.

Bekend bij Henk” je wordt er bediend als een jonker”.

Plotseling gaat er even wat fout op het scherm en zitten we bij Goes in “Zwaakse Weel in bloei”. Daar willen we helemaal niet zitten. Gauw terug naar Sydney.

“Kijk eens hoe schoon de straten zijn.”

Henk zit vaak op de fiets en is in Sydney steeds op zoek naar een toren van 800 meter. Die kan je in Nederland niet vinden, dan moeten er vaste rotsen in de fundering zijn. “ In Nederland is het allemaal dik water waarop je bouwt.” Ik vraag of hij een technisch beroep had. Hij was aannemer.

Vlak voordat hij stopt met fietsen is er wel een dingetje. Halverwege de rit heeft hij het ook al gezegd: “Hoe kom ik nou in Nijenstede?” Het is een dringende vraag.

Wanneer hij gestopt is, vraag ik of hij achterom wil kijken. Daar is de deur van de lift die brengt ons naar de eetkamer op de tweede verdieping. Aanschuiven maar, de lunch staat klaar.

We nemen afscheid als reisgezellen.

Zes geadopteerde schapen

Met financiële hulp van de Stichting vrienden LNE adopteren wij al sinds jaren elk jaar zes schapen van de kinderboerderij “de Vosheuvel”. Zij grazen in de wei voor Nijenstede. Als je aan de voorkant naar buiten kijkt, kan je ze zien. “Onze schapen”.

Fotograaf: Chris van Beek

Als tegenprestatie komen de vrijwilligers van de boerderij tien keer per jaar naar Nijenstede om onze bewoners te laten snoezelen met konijnen, cavia’s en kippen. Jawel, ook kippen kunnen snoezelen, heel even.

De vrijwilligers gaan elke huiskamer langs, waar het dan meteen een beestenbende wordt. Er wordt een laken over de tafel gelegd en daarop worden de dieren neergezet. De kamergenoten zitten rond de tafel. Met voer, lieve woordjes en geaai worden de diertjes gelokt. En zo belanden twee kippetjes op een hand en arm, een cavia op schoot, een konijn op een schouder en een andere cavia onder een ander konijn op tafel.

Er is de verstilling van warme handen om een klein caviakopje, of een oud loom konijn tegen een lichaam aan hangend. Er is de herinnering aan “toen we zelf kippen hadden”. Er is ook heel veel getrippel en gedoe. Het duurt allemaal niet heel lang, maar er was even van alles te zien, te horen, te ruiken, te voelen, kortom: te beleven.

Het is fantastisch om te zien wat voor reacties en verhalen dit losmaakt. Daarna trekken de dieren weer verder.


St. Elisabeth

Diva Dichtbij

Diva Linda komt de huiskamer binnen met pareltjes in het haar, glinsterende sieraden en een sierlijke lichtblauwe jurk. Ze  loopt achter een versierde doos op wielen waaruit zachte pianoklanken komen. Meteen begint de magie van de muziek: Stil worden en luisteren.

Ze geeft iedereen een hand.”Hallo, ik ben Linda, ik kom vanmiddag voor u zingen.” Er komt niet altijd een naam terug. Soms pakt zij  dan beide handen en zegt: “ Wat fijn dat je er bent.” Iemand zegt enthousiast: “ Mijn dochter heet Linda.”

Het eerste lied is “ Somewhere over the rainbow” Zó mooi heeft nog nooit iemand zó dichtbij gezongen. “ Als u met mij mee wil zingen, kan dat natuurlijk altijd.” Alsof we dat kunnen.

Maar het meezingen lukt sommigen wel bij “ Weet je nog wel die avond in de regen” en “ Daar in dat kleine café aan de haven.” Anderen deinen mee. Ontspanning sluipt op kousenvoetjes binnen.

De muziek komt heel dichtbij wanneer Linda op haar hurken bij je gaat zitten en je hand pakt, terwijl ze doorzingt. Dat doet ze bij iedereen. Nabijheid.

Voor iemand die van opera houdt zingt ze “ l’amour est un oiseau rebelle” , voor iemand afkomstig uit Duitsland “ Junge komm bald wieder” en voor een Amsterdammer “ Aan de Amsterdamse grachten”. De zang komt diep binnen: Bij de een verdwijnt de knorrige afstandelijkheid  uit haar gezicht, de ander gaat wat rechter op  zitten. Ze veert letterlijk op. De Amsterdammer moet een beetje huilen.

Als aan het eind “ Kom van dat dak af” klinkt, wordt het heel gezellig. Een beetje keten.

Wat een heerlijke middag was dit. De woongroep is vanmiddag blijer en levendiger geworden.  Het is gewoon lekker om  een liedje  mee te zingen. Of soms een regel, soms een woord. Het is fijn om herinneringen  te krijgen. Om mee  te bewegen en met elkaar te zijn.

Als Linda uitgezongen is, heeft niemand behoefte om meteen weg te gaan. Nog even nagenieten, alsof je terugkomt van een feestje.

Zeven poppen

In het Sint Elisabeth ben ik sinds twee jaar vrijwilliger.

“In het begin verbleven er op verschillende woongroepen een aantal dames die erg gehecht waren aan hun knuffelkat of knuffelhond. De beestjes zaten bij hen op schoot, er werd mee geknuffeld en tegen ze gepraat. Zij werden “gezocht” en soms liefdevol gecorrigeerd.

Fotograaf: Chris van Beek
Fotograaf: Chris van Beek

Na een periode van “het spel meespelen” en observatie vroeg ik mij af wat er zou gebeuren als ik met mijn eigen reborn poppen ( levensechte babypoppen) bij deze dames op bezoek zou gaan.

Dit riep ook wel een gevoel van twijfel op, of ik daar goed aan zou doen. Is het verantwoord? Wat vinden familie en contactpersonen hiervan? Wat maakt het los bij de bewoners? Voelt het als “ mensen voor de gek houden”?

Mijn idee heb ik voorgelegd aan de vrijwilligerscoördinator en na een aantal gesprekken was “Gewoon doen” de conclusie. Ik besloot om heel voorzichtig te werk te gaan.

Met de pop op de arm, in een dekentje, ga ik in een woongroep bij de bewoners zitten. Zwijgend, in afwachting van wat er zal gebeuren. Bij degene die positief reageert, schuif ik iets dichterbij om uiteindelijk te vragen of de bewoner de pop even vast wil houden. Voel ik aversie, of wordt het hoofd afgewend, dan dring ik niet verder aan, of ga ik ergens anders zitten. Over het algemeen pakt het bij de meeste bewoners goed uit. Nooit zeg ik dat het om een baby gaat, maar om een pop, popje of poppenkind.

Maar de “ooohhhs” en “aaahhhs” zijn niet van de lucht, de pop wekt vertedering op en liefdevolle blikken en ik krijg adviezen over de verzorging en opvoeding.

Er zijn ook bewoners die twijfelen en vragen of het wel echt is. ”Het is een pop hoor, dat heeft u goed gezien”, is dan mijn reactie.”

Op het internet is wel het een en ander te vinden over poppentherapie bij mensen met dementie. Ik las in een willekeurig artikel dat men in de V.S. subsidie verstrekt voor de aanschaf van deze babypoppen, ook wel dementiepoppen genoemd. De gedachte achter deze therapie is dat wanneer blijkt dat een bewoner een klik heeft met een bepaalde pop deze achterblijft bij de bewoner en vanaf dat moment zijn/haar eigendom is. De pop wordt dus persoonsgebonden en is geen afdelingseigendom. Bij verdriet en/of onrust wordt de pop aangeboden wat helend kan werken. Maar ook gewoon voor de gezelligheid kan de pop meegegeven worden naar een activiteit!

Deze theorie sprak mij aan en ik dit deelde het met de vrijwilligerscoördinator van het EVG. Het idee ontstond om het Steunfonds te benaderen of er voor dit project een financiële bijdrage beschikbaar was.

Dit verzoek werd gehonoreerd en we kregen een mooi bedrag waarvoor we 7 poppen hebben kunnen aanschaffen. Mijn eigen poppen liggen nu weer in hun eigen bedjes.

Wil je weten hoe het verhaal verder gaat?